Dagelijks leven met t1d

Helse hypo

Het heeft jaren geduurd voordat ik diabetes een beetje snapte. Vooral hypo’s kreeg ik maar niet uitgevogeld. Ik werd in die tijd niet erg goed begeleid door het ziekenhuis waar ik toen zat. Mijn arts was van de stempel: “had je maar beter je best moeten doen” en mijn dvk (diabetesverpleegkundige) kon op veel van mijn vragen geen antwoord geven. Wel benadrukte ze dat ik bij een hypo zowel snelle als langzame koolhydraten moest nemen. De dokter vertelde me dat ik maar gewoon met die hypo’s moest leren leven. Dus dat deed ik, tanden op elkaar en gaan.

Eén hypo staat me nog erg goed bij. Ik was toen eerstejaars student Psychologie in Leiden, en woonde al een tijdje samen met Mark. Ik ging vroeg naar bed want de volgende dag had ik een tentamen: Geschiedenis van de Wetenschap. Ik had goed gestudeerd en had er vertrouwen in. Ik ging naar bed met een bloedsuiker van 12, wat ik fijn vond. De kans op hypo’s was daarmee klein. Toch schrok ik na een uurtje wakker, badend in het zweet. Het duurde even voor ik wist wat er aan de hand was, maar toen herinnerde ik het me weer: ik droomde over eten. Niet zomaar een droom, maar allemaal beelden gebaseerd op plaatjes uit een sprookjesboek dat ik vroeger had. De kikkerprins wilde mee-eten aan een tafel vol fruit, gevogelte, een varkenskop (wat?), taart en pudding. In mijn droom verslond ik het allemaal. Toen wist ik: ik zal wel een hypo hebben. Eten vult op zo’n moment mijn gedachten, en blijkbaar ook mijn dromen!

Ik pakte mijn meter erbij en met trillende vingers prikte en mat ik: 2.6. Ja, dat is echt te laag. Met moeite at ik twee sultanakoekjes en dronk ik een pakje appelsap leeg. Na 10 minuten, ongeduldig als ik was, mat ik weer: 2.6. Tsja, het was ook nog te vroeg om echt verandering te verwachten. Nog eens tien minuten later zou er wel verbetering in moeten zitten. Helaas, 2.4: niet alleen wilde het niet stijgen, het zakte verder! Nog maar een pakje appelsap en die derde sultana dan maar. Inmiddels was Mark ook wakker. Voor de zekerheid liep hij naar de voorraadkast om wat meer appelsap en sultana’s te halen. Nog een kwartiertje later zat er nog steeds geen beweging in. Tsja, dan zit er niks anders op dan nog een sapje aan te breken. Maar dat bleek een vergissing. Ik werd er supermisselijk van. Zo misselijk, dat ik alles wat ik in het afgelopen uur had gegeten en gedronken, weer uitspuugde.

Dat was natuurlijk een groot probleem. Als ik mijn eten en drinken niet binnen kon houden, dan kon mijn bloedsuiker ook niet stijgen! In de uren die volgden heb ik veel appelsap gedronken en er weer uitgegooid. Op een gegeven moment had ik zelfs mijn arts gebeld, op het nummer voor noodgevallen. Hij was niet blij dat ik hem voor een hypo wakker maakte. Gewoon een kwestie van koolhydraten nemen, en alleen bellen bij noodgevallen. Tegen de ochtend begon ik eindelijk te stijgen, en viel ik uitgeput in slaap. Dat tentamen heb ik gemist.

Toen ik een ruim jaar later overstapte naar een ander ziekenhuis, begonnen we met een intakegesprek. Mijn nieuwe dvk vroeg een beetje door over mijn hypo’s en legde me uit dat snelle en langzame koolhydraten inderdaad allebei nodig waren, maar niet tegelijk. Van snelle koolhydraten stijgt de bloedsuiker snel: na zo’n 15 minuten is het vaak alweer goed. Dan pas neem je de langzame, zodat je daarna niet meteen weer zakt. De combinatie van snel en langzaam is juist heel onhandig: de langzame koolhydraten pakken de snelle als het ware in, waardoor het allemaal maar heel langzaam wordt opgenomen. Met urenlange hypo’s als gevolg.

En dat was nog maar de intake. Wat bleek? Ik hoefde helemaal niet met al die narigheid te leren leven. Ik moest gewoon nog een hoop leren over diabetes.

Deel deze blog:
  • 35
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
    35
    Shares

Dit vind je misschien ook leuk...

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *