Zwangerschap met t1d

Bevalling

Geschatte leestijd: 7 minuten

Ik hield zoveel water vast, dat ik al niet meer op mijn linkervoet kon staan. De inleiding was op dinsdag gepland, maar mijn lichaam kon op maandag al niet langer wachten. Dezelfde verloskundige die mijn versie zo kordaat had uitgevoerd, zou nu de bevalling op gang brengen. Dachten we. Ik was nog niet van de schrik bekomen toen bleek dat ballonnetjes voor mij niet zouden werken. Meerdere ballonnetjes bleven niet op hun plek zitten, waardoor ze geen druk konden uitoefenen op de baarmoedermond. In plaats van een ballonnetje kreeg ik prostaglandine. Dit is een hormoon dat zorgt dat de baarmoedermond verweekt, en dat ik dus ontsluiting zou krijgen. Nu was het een kwestie van afwachten.

Diezelfde avond kreeg ik ook alvast een infuus. Hierdoorheen konden medicijnen, hormonen en vocht toegediend worden, mocht ik dat nodig hebben. Maar dat ging niet zomaar. Omdat ik zoveel vocht vasthield, waren mijn aderen niet goed vindbaar meer. De laatste dagen kon mijn bloeddruk om die reden ook al niet goed meer gemeten worden. Er werden meerdere pogingen gedaan en uiteindelijk lukte het toch om een goed infuus te plaatsen. Later kwam er zelfs nog een tweede bij. Beter om er nu in alle rust eentje voor de zekerheid voor te bereiden, dan dat er met haast iets geprikt moest worden terwijl het al zo lastig ging.

Na een korte nacht en een licht ontbijt zou er gecheckt worden of er al ontsluiting was. Maar eerst deelde mijn man Mark het geboorteplan uit aan alle zorgverleners die binnenkwamen. Bovenaan stond: “Diabetesmanagement blijft ten alle tijden bij Orietta. Als ze daar zelf  niet meer toe in staat is, neemt Mark het in alle gevallen over. Dus eigen insulinepomp en eigen glucosesensor. Ziekenhuis dient geen insuline toe. Ook niet tijdens een eventuele keizersnede.” Daar reageerde iedereen positief op, en hoewel we dit van tevoren uitgebreid besproken hadden, was die reactie toch wel een opluchting. En dat diabetesmanagement ging vooralsnog goed. Sinds de bevalling gisteravond was gestart, was mijn bloedsuiker constant tussen de 5 en 7 geweest.

Ik bleek al drie centimeter ontsluiting te hebben, en dat betekende dat mijn vliezen gebroken konden worden. Ik heb het zelf niet gezien, maar Mark vertelde me achteraf dat er een grote vuilniszak onder mijn bed werd gehangen waar het merendeel van het vruchtwater in verdween. Ik vond al dat het zo snel opgeruimd was! Gelukkig was het vruchtwater helder en een normale hoeveelheid, dus so far, so good! Mijn bloedsuiker was ondertussen wel een beetje aan het stijgen. Of dat aan het ontbijt, de spanning of de hormonen lag weet ik natuurlijk niet, maar ik gaf een kleine correctiebolus. Niet te veel, want het zat pas net boven de 8 en ik wilde absoluut geen hypo tijdens de bevalling.

Ik dacht dat ik nu direct oxytocine zou krijgen om weeën mee op te wekken, maar dat zou later pas komen, als dat überhaupt nodig zou zijn. Eerst zouden we kijken of ze niet spontaan zouden beginnen, nu mijn vliezen gebroken waren. Dat duurde inderdaad niet lang. Het voelde als lichte kramp, en ik kon niet eens precies zeggen wanneer ze begonnen, op hun hoogtepunt waren of eindigden. Maar daar kwam snel verandering in.

Binnen een uur volgden de weeën elkaar zó snel op, dat ik tussendoor amper tijd had om op adem te komen. Bovendien waren het rugweeën, en die vond ik erg pittig. Bij de pufcursus hadden we geleerd dat het bij rugweeën kan helpen om tegendruk te geven, en Mark had daar geleerd hoe hij dat kon geven. Hij mocht dus ook aan de bak! Dat scheelde een hoop. Ik kon puffen en ademen wat ik wilde, maar zonder tegendruk kon ik nergens anders aan denken dan de wee, en mét druk kon ik tenminste nog verstaan wat er tegen me gezegd werd. En dat was helaas geen goed nieuws. Na elke wee kreeg de hartslag van de baby een dip, dus dat moest goed in de gaten gehouden worden. Ondertussen was mijn bloedsuiker naar 10 gestegen, dus Mark gaf mij een wat stevigere bolus. Er begon weer een wee en de verloskundige vertelde me dat het gezien de hartslag van de baby misschien wel een keizersnede moest worden. Voor de zekerheid werd er ook vast een katheter geplaatst.

Dit ging allemaal veel sneller dan ik had verwacht. Ik dacht dat ik dagenlang in het ziekenhuis zou moeten afwachten tot de inleiding had doorgezet. Ik was bang dat ik me zou gaan vervelen. Maar nu was mijn kamer een komen en gaan van artsen, verpleegkundigen en verloskundigen. “Had je al begrepen dat het waarschijnlijk een keizersnede gaat worden?” vroeg één van hen. Waarschijnlijk? Net was het nog misschien! Voordat ik er bij stil kon staan, begon de volgende wee alweer. En al snel stond de gynaecoloog weer aan mijn bed: “We moeten hem nú gaan halen”.

Onderweg naar de operatiekamer werd me uitgelegd wat er aan de hand was: de baby had het niet meer naar zijn zin in mijn buik. De verlaging van zijn hartslag kon er voor gaan zorgen dat hij zuurstofgebrek zou krijgen en als het zo ver zou komen, kon dat ernstige gevolgen hebben. De reden voor deze foetale nood was niet duidelijk. Misschien zou dat later nog komen.

Heel even had ik paniek. ‘Ze gaan me opensnijden!’, dacht ik. En: “Moet mijn baby’tje nou in deze kille kamer ter wereld komen?”. Ik zette die gedachten opzij. Paniek kon ik echt niet gebruiken op dat moment. Ik kon me beter op mijn ademhaling concentreren, dat hielp met de weeën én de paniekerige gedachten. Inmiddels was er ook een vrouw bij mijn hoofd verschenen die me gedurende de hele operatie bij zou staan. Ze legde me uit wat er ging gebeuren en maakte een paar welkome grapjes om me af te leiden.

Er werd een ruggenprik gezet. Dit leek eindeloos te duren. Ik concentreerde me op mijn adem, maar werd steeds uit mijn concentratie gehaald door een assistent die me zei dat ik rustig moest blijven ademen. Lekker behulpzaam. Inmiddels was Mark in een steriel pak gehesen en weer aan mijn zijde verschenen. Ik kon op de tafel gaan liggen en de vriendelijke vrouw met de flauwe grapjes nam de procedure met me door. Ze eindigde met: “Weet je, ze zijn trouwens al begonnen!”.

Een keizersnede voelt een beetje gek. Natuurlijk was ik verdoofd en voelde ik niets van de sectio zelf, maar er werd flink aan mijn buik geduwd en getrokken, en dat voelde ik natuurlijk wel hoger aan mijn torso. Een aparte gewaarwording die ik eigenlijk nergens anders mee kan vergelijken. Intussen was mijn bloedsuiker gezakt naar 7, en stabiel. Hartstikke mooi, daar hoefde ik me geen zorgen om te maken.

Er leek even nóg wat harder aan mijn buik getrokken te worden en… daar was hij! Onze baby. Mijn kind. Heel even in stilte, en toen huilde hij eventjes. “Wat is hij mooi!” schoot door me heen. Er werd aan me gevraagd hoe hij heette. “”Bram” zeiden we allebei. We hadden lang over de naam nagedacht, maar zodra ik hem zag, wist ik het zeker: dit is Bram.

Mark mocht door het steriele plastic heen de navelstreng doorknippen, en toen gingen mijn twee mannen naar de naastgelegen kamer voor een paar controles. Ik knipperde de tranen uit mijn ogen en voor ik het wist waren ze terug. Alles was ok en Bram werd bij me gelegd. Nu konden we elkaar goed in de ogen kijken. Wat een mooierd! Wat keek hij lief uit zijn ogen! Ik was meteen helemaal verliefd. Het allerliefst zou ik meteen minstens een uur huid-op-huid met Bram geknuffeld hebben, maar dat kon helaas niet. Ik zat natuurlijk wel midden in een grote buikoperatie! Al mijn besef van tijd was ik kwijt, maar op een gegeven moment gingen Bram en Mark dus terug naar de kamer om lekker te knuffelen, terwijl ik op de OK bleef om weer opgelapt te worden.

Eerst mocht ik mijn placenta nog zien. Holy moly, die was gigantisch! Dikker dan normaal schijnbaar, en er liepen flinke aderen doorheen. Er is een foto van gemaakt en daar kan ik nog steeds vol verbazing naar kijken. Wat dat betreft had Bram dus nog wel een paar weekjes mogen blijven zitten. Maar mijn lichaam was er verder duidelijk klaar mee, dus ook zonder diabetes was dat geen optie geweest.

Achteraf kreeg ik te horen dat ik op het moment van bevallen in keto-acidose begon te raken. Volgens de gynaecoloog ‘omdat mijn bloedsuiker zo hoog was geweest’. Nou, het had net even de 11 aangetikt en toen zakte het weer snel, dus dat lijkt me sterk. Maar door al het vocht dat ik vasthield was ik wel uitgedroogd, en dat kan ook keto-acidose veroorzaken. Waarom Bram het in mijn buik niet meer volhield, was niemand duidelijk. De navelstreng zat hem niet in de weg, en alles zag er gewoon goed uit. We zullen het dus nooit weten.

Na de operatie moest ik eerst op de verkoeverkamer bijkomen. Daar kreeg ik water en een een morfinepomp en werden er wat controles gedaan. Nu viel het me pas op wat een dorst ik had. Mijn lippen bleken ook gebarsten te zijn. Maar verder was alles gelukkig in orde dus ik mocht al snel terug naar mijn kamer. De zaalarts verdween naar een andere kamer en daar lag ik dan, alleen. Meer alleen dan ik in negen maanden was geweest. Ik moest ontzettend lang wachten en voelde me immens eenzaam. Dit was voor mij het moeilijkste moment van de bevalling. Wetende dat mijn gezin ergens anders is, dat ik daar al mocht zijn maar dat ik nog in een zaaltje lag te wachten. Toen de zaalarts terugkwam, schrok hij. Ik had inderdaad allang weg moeten zijn. Na een boos telefoontje van zijn kant kwam er dan toch een verpleegkundige aan. Ze was verdwaald, daarom duurde het zo lang, maar nu ging ze me dan eindelijk naar mijn zoon brengen. Ze had ook nieuws: “Bram heeft een extreem lage bloedsuikerwaarde, en hij lijkt op zijn moeder. We kunnen geen infuus aanleggen”.

Deel deze blog:

Dit vind je misschien ook leuk...

1 Reactie

  1. Hoi Orietta

    Wat mooi van je dat je deze intieme ervaring met ons wil delen.
    Ik heb immens respect voor hoe kalm je bent gebleven tijdens die verwarrende dag(en)!
    Natuurlijk is geen enkele situatie identiek, maar je geeft inzicht en moed.
    Groetjes,
    Fleur
    (Mede type 1)

Laat een reactie achter aan Fleur Lamont Antwoord annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *