Dagelijks leven met t1d

Zoenen met een hypo

Ik kan niet echt meepraten over daten met diabetes. Ik kreeg de diagnose toen ik 18 was, en op mijn 19e ontmoette ik Mark, de liefde van mijn leven. In de tussenliggende anderhalf jaar heb ik een paar dates gehad en ik kan me oprecht niet meer herinneren of we het daarbij over diabetes gehad hebben. Maar hoe ik met diabetes omging toen ik Mark ontmoette, dat weet ik nog heel goed! Vandaag is ons jubileum: we zijn zeven jaar getrouwd, en zestien jaar samen. Leuk dus om even terug te denken aan onze eerste ontmoeting!

Het was 2004 en ik had een tussenjaar. Ik wilde namelijk heel graag klassieke zang studeren aan het conservatorium dus ik hield me dat jaar bezig met zangles, solfègeles, twee koren, gitaarles, een ensemble, en wat er nog meer muzikaal op mijn pad kwam. Ik had een baantje in een callcenter, maar het grootste deel van mijn salaris ging op aan lessen en koren, dus ik was alsnog meestal blut. En dat was een probleem, want er was een festival waar ik elk jaar heen ging: de Elf Fantasy Fair. En kaartjes waren duur. Voor de lezers die hier niet in thuis zijn: dit festival heet tegenwoordig Elfia en is gericht op mensen die van het fantasygenre houden. Denk aan Lord of the Rings, Harry Potter, mythologie, draken en elfjes, maar ook bordspellen en muziek. Ik wilde dit festival echt niet missen, dus ik trok de stoute schoenen aan en belde naar de winkel die dit organiseerde om te vragen of ze niet een medewerker konden gebruiken. En ja hoor, ik kon op het festival aan de slag als verkoper! Niet alleen zou ik genoeg vrije tijd hebben om uitgebreid rond te kijken, ik kreeg er zelfs wat voor betaald. Ideaal!

De week begon goed, want op maandag werd ik aangenomen op het conservatorium bij de docent van mijn keuze. Op vrijdag meldde ik me bij de ingang van het festival, en ik werd gewezen naar de tent waar ik zou komen te werken. Daar stond een knappe jongen de taken te verdelen. Hij heette Mark en de vonk sloeg eigenlijk meteen over. Na wat voorzichtig geflirt zaten we op zaterdagavond samen met de andere medewerkers aan de maaltijd. Afhaalchinees, altijd lastig met diabetes. In die tijd vond ik het zelf nog erg lastig dat ik diabetes had. Ik probeerde altijd zo onopvallend mogelijk te spuiten, want ik schaamde me er eigenlijk een beetje voor. Diabetes was lastig en raar, en ik wilde niet lastig en raar gevonden worden. Ik spoot mijn insuline dus na de maaltijd op de wc. Ik had geen flauw idee hoeveel koolhydraten er in de maaltijd zaten, want koolhydraten tellen was me nooit geleerd. Ook wist ik toen nog niet dat het vet van die maaltijd ervoor zou zorgen dat de koolhydraten langzamer opgenomen zouden worden. Of dat het handig is om na zo’n lastige maaltijd wat vaker te meten.

Alle medewerkers overnachtten in huisjes op een camping in de buurt van het festivalterrein. Veel anderen waren na het eten naar het strand gegaan, maar Mark en ik bleven ‘toevallig’ achter. Het had die dag geregend en Clive Barker, een schrijver die die dag een lezing had gegeven, had mijn paraplu geleend. Ik heb hem tot de dag van vandaag niet teruggezien. Ik was 19, verliefd aan het worden, en een beetje verlegen. Dus ik zei iets tegen Mark waarvan ik nog altijd kon beweren dat het een grapje was: ‘Het regent en ik heb geen paraplu, dus ik moet maar bij jou in het huisje blijven’.

Gelukkig hoefde ik niet te doen alsof ik het niet meende. Mark vond mij net zo leuk als ik hem en we raakten tot diep in de nacht aan de praat en daarna aan het zoenen. En nou kun je daar best licht van in het hoofd raken, maar op een gegeven moment voelde er iets niet goed. Ik zweette ook een beetje en opeens herkende ik het gevoel: een hypo! Uitgerekend nu! Ik probeerde te bedenken hoe ik hier onderuit kon komen, maar ik kwam tot de conclusie dat er niets anders op zat dan het maar gewoon te vertellen. En dat is wel een beetje een overgang hoor, van zoenen naar: ‘Wacht even, ik heb diabetes en het gaat niet helemaal goed volgens mij’.

Ik was echt even bang dat Mark me hierdoor niet leuk meer zou vinden, maar hij zei: ‘Dan heb je cola nodig! En ik maak ook wel een boterham met chocoladevlokken voor je.’ Terwijl ik de boterham at vertelde hij me dat iemand op zijn studentenvereniging ook type 1 diabetes had. En dat de studententradities zich daaraan hadden aangepast: deze persoon mocht ook frisdrank uit zijn bierpul drinken. Mark kende het dus al. Ook het spuiten, dat had hij al heel vaak gezien. En dat was me een opluchting, daar hoefde ik me dus niet druk meer om te maken! Een paar weken later zou ik voor het eerst een insulinepomp krijgen. Ook daar werd ik onzeker van. Ten onrechte. Mark zit nu tegenover me met onze zoon te spelen. Volgens mij vindt hij me nog steeds leuk 😉

Deel deze blog:

Dit vind je misschien ook leuk...

2 Reacties

  1. Roxanne zegt:

    Wat een superleuk stukje en wat fijn dat hij er zo goed mee om ging! Dat geeft meteen een heleboel vertrouwen en neemt je onzekerheid weg. Wat leuk dat jullie nog steeds samen zijn

    1. Orietta zegt:

      Dank je wel!

      Ja toen was het echt een opluchting voor me! Inmiddels weet Mark (bijna) net zo veel van t1d als ik. Dat is ook heel fijn!

Laat een reactie achter op Roxanne Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *